Blijkbaar is de Stadswaag niet enkel een "handelswaag" geweest vroeger. Het was ook een ware trekpleister voor de schuchtere kunstenaar. Een portret vonden we bij de mensen van KKunst. Veel leesplezier!
In de loop van de jaren ’50 werd de Antwerpse Stadswaag en omgeving het kloppend hart van de artistieke vernieuwing in Vlaanderen. Bovendien was het een populaire uitgaansbuurt.
Het zoldercafé ‘Gard-Sivik’ speelde daar een cruciale rol in, niet alleen omdat het zijn naam gaf aan het toonaangevende avant-garde tijdschrift maar ook omdat het een podium bood aan een nieuwe generatie van jazzmusici, die de bebop hier introduceerden en waarvan Jack Sels een van de vooraanstaande figuren was.
Er was ook ‘De Nevelvlek’, een vereniging die vooral op literair vlak en in theater actief was; zij creëerden o.m. Wachten op Godot in het Nederlands – kort na de Franse creatie. Onder impuls van Tone Brulin ontstond er in 1953 het Nederlands Kamertoneel, het eerste kamertheater in Vlaanderen dat aanvankelijk in de lijn van het absurd theater hier een nieuw repertoire introduceerde.
De academie is vlakbij de Stadswaag, zodat tal van jonge kunstenaars in de buurt een atelier zochten.In 1958 bundelden zij hun krachten en richtten de nu legendarische groep G58 op, die van de zolders van het nabije Hessenhuis hun expositieruimte maakten.
Eind jaren ’50 vestigde het Fakkelteater zich vlakbij de Stadswaag; zij speelden een aanvankelijk sterk geëngageerd theater; met auteurs als J.P. Sartre en Brecht.
Onder de befaamde café’s van die tijd rekenen we naast ‘Gard-Sivik’ o.m. ‘De Stal, ‘De Moriaan’ en de ‘Zigeunerkelder’, waar een congres van de Internationale Situationniste doorging
(bron: KKunst.com)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten